Vlinder

Papa heeft een laptop. Een hele mooie. Het regent. Er staat een vlinder op de laptop. De vlinder kan niet vliegen. De vlinder kan niet fladderen. De vlinder kan niet weg. Er zit lijm onder. Ik heb hem erop geplakt. Dat mocht van papa. Mooi, zei papa. Mama heeft de laptop. Ze zoekt de zon. Waar is de zon? Om drie uur, zegt mama. Dan gaan we naar buiten.

[mc4wp_form id=”774″]

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *