René Hoogschagen

Verhalenmaker

Overheen te komen

Dit verhaal schreef ik als vingeroefening, in een reeks schrijfoefeningen van schrijvenonline, op basis van advertenties.

 

‘Rotbeesten.’ De schop die net met een plof de opgeworpen hoop in ging, kantelt en keert een bergje aarde om. Geen bloed, geen ingewanden, geen mol. De man knijpt zijn kiezen op elkaar, zijn bovenlip trekt aan een hoek omhoog. Zijn laars suist, met de hak als eerst omlaag, ver de overgebleven mulle hoop in. Hij weet dat de onderaardse gang al onder het eerdere geweld volledig is ingestort, hij weet ook dat de mol allang is vertrokken. Hij kijkt om zich heen. Geen enkele andere hoop beweegt. Een minuut later nog steeds niet. Twee minuten. Drie. Na vijf minuten steekt hij de schop in een hoop vlak naast hem en in de volgende. Hij kijkt vluchtig en zonder hoop naar het scherpe wapen, ziet de nutteloosheid van deze exercitie in en beent weg, naar de stallen.

Binnen hangt hij het onsuccesvolle moordmiddel aan de muur, houdt het hout nog even vast, zucht, draait zich om en loopt langzaam de lange gang door met aan weerszijden vijf lage schuifdeuren. Zijn linkerbeen trekt hij bij elke pas een tikje te hoog op. Hij hoort getrappel en gesnuif. Hooi schuift over de grond. Bij elk hok voelt hij even aan de bovenrand van de lage deur. Een paard hinnikt als hij voorbij komt. Bij de derde blijft hij staan. Hij legt zijn armen over de rand van de deur en tikt met een vinger tegen het hout. ‘He meissie. Doet het nog pijn?’ Hij krijgt een luide bries als antwoord. Het metershoge achterwerk van het paard blijft naar de man gekeerd. De ingevlochten staart zwaait met een klap door de box. De man zucht weer. ‘Het moet. Het moet, Daisy. Heb jij een beter idee?’ De man wrijft over zijn been. ‘Rotbeesten.’ Hij loopt naar de andere kant van de stal, naar een deur met bovenin een stoffig ruitje. ‘Kantoor’ staat erop.

Met een venijnig kort piepje zwaait de deur open. De man trekt een kleine bureaustoel op wielen naar achter en gaat zitten. Van een stapel pakt hij een in drieën gevouwen stuk papier. Het onderste deel is geel. Bovenaan in gele letters ‘PK Paardenkliniek’. De man kijkt er even naar, verzit en legt het papier weer terug waar het lag. Zijn lichaam helt naar links en zijn arm duikt onder het bureau. Een ratelende zoem vult de ruimte. Het scherm licht op. Een heldere viertonige pingel heet de bediener welkom. De man grommelt en schuift en klikt wat met de muis. Dan buigt hij licht voorover en begint te tikken. Letter voor letter. Met één vinger. Na de laatste slag gaat zijn lijf weer omhoog. ‘Dat moet het wezen,’ mompelt hij. In beeld staat: ‘Wegens omstandigheden: Mooie merrie voor liefhebber. Bijna hersteld van lichte blessure. Prijs nader overheen te komen.’

Verder Bericht

Vorige Bericht

Laat een reactie achter

© 2019 René Hoogschagen

Thema door Anders Norén